# 07 Stoempen in Side

TEKST Chris Reinders BEELD Joep von Berg

Een makkie, dacht ik meteen. Het meest opvallende kenmerk van de andere vijf deelnemers was namelijk hun buik: omvang, goed tot zeer goed opgeblazen strandbal. Goed, één van hen was graatmager, maar hij maakte een ietwat sullige indruk. Belgen waren het. Niet vanwege hun ‘komaf’ , maar meer vanwege hun lichaamsbouw, voelde ik mij opeens superieur. We schrijven oktober 2016 en plaats van handeling Side, een plaats aan de zuidkust van Turkije. De verrichtingen van de twee veldrijders op deze foto, brengt mijn debuut op de mountainbike in het ‘Turkse’ weer even levendig voor de geest. Eén en ander ging namelijk ook gepaard met een regelmatige controle van het ‘materiaal’. Dat bleek echter niet bepaald ongunstig voor mij.

Het golfplaten bouwsel achter een ‘huge’ viersterrenhotel bleek uiteindelijk de thuisbasis te zijn van de fietsorganisatie. Ook Belgisch. Johan en ik werden hartelijk verwelkomd en we kregen vlot een fiets en een helm aangemeten. ‘Allez, op weg voor dertig kilometertjes plezier.’ Bij de start schoot het gezelschap onmiddellijk op hoge snelheid weg. Meteen was het gedaan met mijn – naar bleek volkomen misplaatste - superioriteitsgevoel. Dat daalde rap naar ‘zero point zero’. Na zo’n vijf kilometer hangen en wurgen, besefte ik dat ik moest genieten: vakantie, zon en een graad of vijfentwintig. Boeren op hun akkers groetten vriendelijk, wat vaak ook gepaard ging met enthousiaste aanmoedigingskreten kreten. Althans, daar leek het op. Uiteraard wuifde ik even terug. Alsof ik hier wekelijks voorbij stoof en iedereen persoonlijk kende.

‘Stop’, riep Johan plots. Problemen met het mechaniek. Ik had me na de raketstart enigszins weten te ‘herpakken’, maar een rustpauze kwam mij niet slecht uit. Het euvel was echter naar mijn zin veel te snel verholpen. Maar godbetert: wederom na een paar kilometer een ‘stop’ van Johan. Fiets op de kop en uitgebreide controle van ketting, kabels en anderszins door de begeleider van de tocht.

Voor mij de gelegenheid om even een praatje aan te knopen met één van de metgezellen. ‘O, ik fiets elke week zo’n honderdvijftig kilometer,’ was de laconieke reactie. ‘Van mijn huis naar het werk.’ Mijn reactie was niet meer dan een ferm ‘zoooo …!’. Vragen hoe het kon dat hij desondanks een behoorlijke lichaamsomvang had … Nee, dat durfde ik toch niet. ‘En u … ?,’ luidde de wedervraag. Maar voordat ik antwoord kon geven, werd het sein voor vertrek alweer gegeven. Verder ging het over ‘lelijke’ klimmetjes vol steenslag en door  stroef strandzand. Nee, zwaar vonden de Belgen de tocht zeker niet, lachten ze bij aankomst vriendelijk. Morgen ruim zestig kilometer de bergen in met ‘echt’ een paar fraaie klimmetjes. ‘Gaat ge weer mee, Chris. Samen met uwen kompaan Johan…. ? Ge weet niet wat ge mist!’